‘If you don’t know where you are going,

you will probably end up somewhere else.’

Lawrence J. Peter

 

Waarom is een missie belangrijk?

Precies om het bovenstaande citaat. Het is het grote doel waar je het hele jaar aan werkt. En het is de basis van waaruit je samen met de kinderen op pad gaat. Zorg er voor dat het van de kinderen is. Laat ze dus na denken over wat voor groep ze zouden willen zijn (uit te voeren in subgroepen). Wanneer is het fijn om juist in deze klas te zitten en niet een andere?

De meeste klassen beginnen met regels en afspraken. Het belangrijkste wat we dan vergeten is dat regels en afspraken een middel is om ergens te komen. Dus waar wil je met je regels en afspraken naar toe?

 

Maar onze school werkt met schoolbrede afspraken…

Sommige scholen hebben in alle klassen dezelfde regels hangen. Dat hebben ze met elkaar afgesproken. Die zijn dus niet gemaakt door de kinderen. Ik zou daarover opnieuw met elkaar in gesprek gaan. Schoolregels gaan over de gang, algemene ruimtes, buiten spelen. Klassenregels zijn van de klas. En ook al komt dit vaak op hetzelfde neer. Het voelt voor de kinderen echt anders. Als je samen met een klas een missie hebt geformuleerd (zie blog Klaar voor de Start) dan is de vraag: wat moeten we dan met elkaar afspreken? Het voordeel ervan is dat kinderen eigenaar zijn, het committent is groter. In al die jaren dat ik “moeilijke” groepen begeleid heb, is één ding me zeer duidelijk worden: Alle kinderen willen een fijne groep waarin ze mogen zijn wie ze zijn, een eigen mening mogen hebben etc.

 

Kinderen kiezen steeds uit hun vertrouwde clubje

Het is volkomen logisch dat kinderen wanneer ze mogen kiezen, kiezen voor de bekende weg. Dat heeft alles te maken met het je veilig voelen. Hoe doorbreek je dit? Allereerst is het voor jou een signaal. Blijkbaar kennen de leerlingen elkaar nog niet zo goed en/of voelen zich onzeker  bij de ander.

Ga in gesprek met de klas: ‘Wat mij opvalt is dat als je iemand mag kiezen om een opdracht mee te doen, veel kinderen kiezen voor kinderen die ze al goed kennen. Herkennen jullie dat?’

Geef ruimte aan de herkenning, maar vraag ook wie dat niet herkent. Want er zullen gerust kinderen zijn die dat anders doen. Dus vraag naar beide vormen. Wees oprecht en nieuwsgierig. Vraag door. Niet stoppen als je het antwoord hebt gekregen wat je zelf al bedacht had. Maar ga op zoek of er nog meer/andere redenen zijn. Laat je verrassen. Je kunt ook persoonlijke reflectie vragen stellen:

  • Hoe voel je je als je met iemand een opdracht gaat doen die je niet zo goed kent?
  • Wie herkent dat? En voor wie is het anders?
  • Wat zou er kunnen gebeuren als we dit zo laten? (en wat nog meer? en wat nog meer?)
  • Hoe zouden we onszelf dit kunnen leren?  Samenwerken met kinderen die we niet goed kennen?

 

Laat de ideeën uit de kinderen komen en je kan zelf ook ideeën hebben: werken met ijslolly stokjes en dan steeds twee namen noem (of drie afhankelijk van het aantal kinderen dat je wilt laten samenwerken).

 

Mijn doel is…

In lijn van bovenstaande is je doel voor de komende twee weken: elkaar beter leren kennen

Verder kun je naast de ideeën van de kinderen gebruik maken van de activiteiten in het werkvormen e-book die staan beschreven bij Forming. Elke dag kies je een oefening om te doen. Dit doe je ongeveer twee weken. Soms heb je nieuwe kinderen in de klas die nog niet alle namen kennen. Deze kinderen moet je dus helpen om er voor te zorgen dat ze in de gelegenheid zijn om de namen te kunnen leren. Een leuke werkvorm is

Klapliedje

Je klapt een ritme. Twee keer klappen in je handen en twee keer slaan op je bovenbenen. Je gaat de kring rond. Je zegt: Ik heet Jelly, Ik kom uit Almere terwijl je het ritme klapt. En dan gaat de volgende.

 

Namenslinger

Je zit in de kring. 1 leerling noemt zijn naam. Ik heet Jelly. Degene die rechts zit zegt. Jij heet Jelly en ik heet Peter. Degene daarnaast zegt. Jij heet Jelly, jij heet Peter en ik heet Roos. Een soort ik ga op reis en ik neem mee. Dat kun je er dus ook van maken. Ik ga op reis en ik neem mee: Jelly. De volgende zegt: Ik ga op reis en ik neem mee: Jelly en Peter etc. De volgende keer kun je ook een alliteratie toevoegen. Ik ga op reis en neem mee: Jolige Jelly, Pratende Peter en Reizende Roos. En bedenk vooral varianten.

 

Foto’s

Hang foto’s op van de kinderen in de klas op A3 formaat. Laat kenmerkende dingen opschrijven. Je kunt hier meerdere momenten even tijd voor geven. Vragen kunnen zijn: Waar wordt je blij van? Wat kan jij goed? Welke hobby’s heb je? Heb je huisdieren? etc.

 

Amerikaans Liften

nummer 19 in het werkvormenboek en dan kies je de variant met de namen.

 

Wie is het?

Als je de werkvorm gedaan hebt met de foto’s kun je heel goed ‘Wie is het’ spelen. Dit is nr 13 in het werkvormenboek.

 

Stel… bovenstaande is niet jouw doel op dit moment. Volg hetzelfde stramien met jouw observaties:

  • Wat neem je waar in de groep?
  • Wat is volgens jou de hulpvraag van de groep?
  • Bespreek het met de groep?
  • Maak een plan en ga aan de slag.

 

Niet 1x in de week, maar elke dag, korte momentjes. Ga op zoek bv naar leuke energizers die passend zijn bij je doel. Veel plezier!

 

Zorg dat je het verschil maakt! 

En als je denkt dat dit blog ook voor  anderen interessant kan zijn? Stuur het door!!!

 

Een zeer verschillige groet,

Jelly.

 

 

2018-09-02T16:34:23+00:00

Leave A Comment

Klasse(n)Kracht!®

Sidoniastraat 16 1336ME Almere

Mobile: 06-24190128

Web: Facebook

Meest recente berichten