ja maar 2 “De kinderen zijn hun motivatie kwijt en het respect zakt steeds verder weg. Er zijn twee groepen jongens in de klas die de strijd met elkaar blijven voeren over het leiderschap. Ze gunnen elkaar niets. De woorden “ja, maar…” klinken regelmatig in de klas. Er wordt gepest in de groep, maar niet standaard door/tegen hetzelfde kind”.

Stel dat deze ‘Ja, maar…groep’, de groep is die jij volgend jaar krijgt. Je concludeert dat het resultaat van het groepsvormingsproces negatief is verlopen. Een aantal subgroepen, elk met een eigen groepsproces.

Hoe bereid je je voor?

De ‘Ja maar…groep’ is een groep waarin veel discussie gevoerd wordt. De normen van de formele leider (de leerkracht) komen niet overeen met die van de informele leider van de groep. In de groep zijn de leerlingen vooral gericht op hun eigen belangen om daarmee hun eigen veiligheid te garanderen. Er is veel onderlinge strijd tussen de kinderen. Veel kinderen hebben de neiging zich met veel zaken te bemoeien. Als je kinderen individueel spreekt, heb je echt het gevoel een goed gesprek te kunnen voeren en ook het gevoel dat je een goede relatie met deze leerling hebt. In de groep zie je gedrag dat daarmee niet in overeenstemming is. Dit komt doordat overleven in de groep, zorgen voor je eigen veiligheid, ander gedrag vraagt dan vanuit de leerkracht gezien wenselijk is. (uit: Klasse(n)Kracht: met RESPECT voor de Klas! Komt in september uit)

Voorbereiding

Als ik een ‘Ja, maar… groep’ zou krijgen zou ik graag een moment achterin in de klas willen observeren. Ik wil weten wie de informele leiders zijn van de groep en ik zou de rollen samen met de huidige leerkracht in kaart brengen aan de hand van de checklist rolherkenning (www.gripopdegroep.nl, klik op tools). Verder wil ik weten wat het resultaat is van het sociogram, dus hoe de onderlinge relaties verdeeld zijn. Welke kinderen worden er gepest? Welke kinderen worden genegeerd, buitengesloten, controversieel en welke kinderen zijn populair en gemiddeld. Ook wil ik weten wie onderdeel uitmaken van een kliekje en welke kinderen wederzijdse contacten hebben.

Vervolgens zou ik willen weten welke sociale vaardigheden in de groep goed vertegenwoordigd zijn en welke nog niet. Hiervoor kun je gebruik maken van de SEO signaleringslijst die op school gebruikt wordt (ZIEN!, SCOL, KIJK! Op sociale competentie, VISEON etc). Ik maak in dit voorbeeld gebruik van de categorieën van Sociaal Vaardig van Steven Pont:

1 Zelfbewustzijn: kennis van de eigen emoties, een gevoel (h)erkennen op het moment dat het een rol speelt en daar op kunnen reageren.

2 Sociaal bewustzijn: de mate waarin een kind besef heeft van zijn sociale omgeving, sociale cues begrijpt en zich kan inleven in de ander of een ander perspectief kan innemen..

3 Zelfmanagement: de mate waarin een kind zijn emoties, impulsen en gedragingen kan beheersen en weet welk gedrag past bij een bepaalde situatie.

4 Doelgericht gedrag: de mate waarin een kind het op kan brengen om doelgericht aan zijn taak te werken. Het gaat hierbij om het nemen van initiatieven maar vooral om de hoeveelheid doorzettingsvermogen.

5 Relationele vaardigheden: de mate waarin een kind in staat is om positieve contacten met andere kinderen te onderhouden. Het gaat hier om vaardigheden als aardig zijn, bezorgd zijn, hulpvaardig zijn.

6 Persoonlijke verantwoordelijkheid: de mate waarin een kind zorgvuldig omgaat met spullen van zichzelf, van anderen en de omgeving waarin hij verblijft en de mate waarin een kind een belangrijke bijdrage levert aan de klas door zich verantwoordelijk op te stellen.

7 Besluitvorming/conflictoplossing: de mate waarin een kind in staat is om op een goede manier problemen met andere kinderen op te lossen.

8 Optimistisch denken: de mate waarin een kind zelfvertrouwen heeft, vertrouwen in de ander en een positieve kijk op het leven.

 

Wat heeft deze groep te ontwikkelen?

Ik schat in dat deze “ja, maar…groep” vaardigheden te ontwikkelen heeft op het gebied van: zelfmanagementRESPECT3(impulscontrole), doelgericht gedrag, relationele vaardigheden en besluitvorming. Aspecten die goed passen bij de eerste fasen van groepsvorming: forming, storming en norming. Los van de aanpak die ik de eerste twee weken zou hanteren (klik op blog ) zou ik activiteiten zoeken die specifiek te maken hebben met deze vaardigheden.

Ik kies dan voor energizers die gericht zijn op zelfbeheersing: pinkelen, peter zegt, ga staan als je…., Amerikaans liften, handjeklap etc.

Ik stel kwaliteiten centraal als: behulpzaamheid, verdraagzaamheid, samen delen e.d. Per dag kies een kwaliteit waar ik dagelijks op reflecteer en train zo ongemerkt de vaardigheden die nodig zijn om het samen goed te krijgen.

Ik kies groepsvormingsactiviteiten waar samenwerking centraal staat en niet de competitie en tot slot bereid ik me goed voor op de stormingsfase, want die zal snel komen in deze groep.

En…Hoe bereid jij je voor op een nieuwe groep?

PS. Als je mijn blog waardeert wil je dit artikel dan delen met jouw netwerk via de Facebook, Twitter en/of LinkedIn knoppen, zodat ook collega leerkrachten, intern begeleiders , directeuren kennis kunnen maken met Klasse(n)Kracht!

Mocht je nog niet in het bezit zijn van het gratis e-book, klik dan op: Aan de slag met Groepsvorming! 108 werkvormen om van een klas een TOP-groep te maken!

Fijne week!

Een verschillige groet,

Jelly