Hoofdstuk 6Afgelopen week ben ik gestart met de begeleiding van een groep 8 waar veel negatief gedrag ervaren wordt door de leerkrachten. Voor invalleerkrachten is het geen doen. Die haken dan ook stuk voor stuk af. Er zijn klachten t.a.v. pesten en het lesgeven kost enorm veel energie omdat er voortdurend storingen zijn en een aantal leerlingen graag de dienst willen uitmaken.

De “ja, maar…” groep

Op basis van de intake heb ik vermoedelijk te maken met de “ja, maar” groep: In de “ja, maar…” groep zijn leerlingen vooral gericht op hun eigen belangen om daarmee hun eigen veiligheid te garanderen. Er is veel onderlinge strijd.

  • Leerlingen voelen zich niet verantwoordelijk om een bijdrage te leveren aan het goed functioneren van de groep
  • Leerlingen tonen geen wederzijds respect voor elkaar, er is weinig ruimte voor eigenheid

Groep 8 laat veel oppositioneel gedrag zien. Ze zijn brutaal naar volwassenen en onderling is er veel strijd. Bij een gezamenlijke ‘vijand’ (de invulleerkracht) sluiten de gelederen zich en vormen ze met elkaar één front.

Degenen die mijn werkwijze kennen weten dat ik altijd start met de leerlingen en de ouders. De intern begeleider voert gesprekjes met kleine groepjes leerlingen (sociaal van gelijke sterkte) en stelt vragen over de sfeer in de groep, of er gepest wordt, wie dat zijn etc. Elke keer weer hoor ik hoe bijzonder het is om deze gesprekjes te voeren. Ik pleit er dan ook voor dat de intern begeleider alle kinderen 2x per jaar spreekt over hun welbevinden op school. Kinderen vinden dit overigens ook heel erg fijn. Ze voelen zich gezien, gehoord en serieus genomen.

 

Leerlingen, ouders en leerkrachten

In het geval van deze groep 8 blijkt, tegen onze verwachtingen in, dat leerlingen het reuze gezellig te vinden in de groep. Er wordt wel gepest, denken ze, maar wie is eigenlijk niet duidelijk. Jammer alleen dat de leerkracht de humor van de kinderen niet altijd leuk vindt. Hoe ziet die humor er dan uit? Nou een grapje maken over een leerling en daar dan met z’n allen keihard om lachen. Tijdens buitenspelen met de bal snoeihard tegen elkaar aan trappen en zo nog wat voorbeelden. Leuk man…

Een groep met negatieve waarden en normen. Waar uitlachen en op een harde ruwe manier met elkaar omgaan ‘leuk’ is.  Het fascineert me.

 

Pesten is een groepsprobleem

Pesten ligt nooit aan individuele kinderen. Soms (en ik betrap mezelf er af en toe ook nog op) richten we onze pijlen op de sociaal ‘onhandige’ leerlingen. Alsof het hun schuld is dat ze gepest worden. Nee dus. In een positief groepsklimaat worden kwetsbare kinderen juist beschermd door de groep. Het is het negatieve groepsklimaat dat kwetsbare kinderen tot een doelwit maakt. En niet andersom.

Dat in deze groep zo’n 60% van de leerlingen gedurende hun schoolloopbaan te maken heeft gehad met pesten lijkt hier geen enkel probleem te zijn. Negatieve normen zijn ‘de norm’ geworden. Werk aan de winkel dus. Omdat we in deze groep de positie van alle kinderen in beeld wilden krijgen hebben we een aangepast sociogram afgenomen. De leerlingen moesten over alle medeleerlingen een uitspraak doen over de volgende vragen:

  • Met wie werk je graag samen?
  • Met wie liever niet?
  • Met wie speel je graag samen?
  • Met wie liever niet?

 

Het regent op de sociogrammen negatieve keuzes. Zo ‘gezellig’ hebben we het dus met elkaar in de klas… Een van de twee leiders van de groep scoorde 23x negatief en maar 4x positief. Als je kijkt naar de rollen die ingenomen worden in de groep kun je stellen dat er geen gezagsdrager is, dat er geen sociaal werkers zijn en geen organisatoren. Wel hebben we te maken met een ‘dictator’ oftewel een dominante leider, intriganten, meelopers en natuurlijk een of meerdere zondebokken.  Dit is een groep waar duidelijk sprake is van negatieve informele waarden en normen. Deze groep heeft (mede door veel leerkrachtwisselingen in voorgaande jaren) ergens de boot gemist t.a.v. Veilig, Vriendelijk en Verantwoordelijk gedrag.

 

Kwetsbaar

Ik had in gedachten een voorstelling gemaakt van deze groep. Ik was verbaasd toen ik de groep ontmoette: nog zo kwetsbaar. Tijdens de observatie viel me vooral op hoe deze kinderen voortdurend onderling bevestiging vroegen en bevestiging vroegen bij de leerkracht. Zo onveilig. En nog zo afhankelijk. Werk aan de winkel dus. De negatieve leider gaan we helpen om zijn kwaliteiten positief in te zetten, bij de volgers gaan we meer bewustzijn ontwikkelen t.a.v. de keuze van hun gedrag en de gevolgen daarvan. De populaire kinderen gaan we zichtbaarder maken en verder moet er keihard gewerkt worden aan gezonde, sociale en veilige waarden en normen. Daarvoor heb ik een aantal leuke werkvormen bedacht! 🙂

Je snapt: ik heb er zin in. Twee zeer gemotiveerde leerkrachten, een gemotiveerde intern begeleider en een gemotiveerde directeur. En waar ik zo van geniet is dat mijn boek Klasse(n)Kracht: met RESPECT voor de klas nu als een leer- en werkboek gebruikt kan worden. Alles staat er in, kan opgezocht en nagelezen worden. Heerlijk.

En nu jouw groep: wat is de heersende norm in jouw groep? En heb je er een vraag over? Laat hem hieronder achter in het commentaarveld. Ik laat me graag door jou inspireren voor het volgende blog.

Fijne week! Met een verschillige groet,

Jelly

KlassenKracht 3D

p.s. Mocht je belangstelling hebben voor mijn boek, klik dan hier