kwaadSoms heb je te maken met kinderen die gemakkelijk in het ‘rood’ schieten. Ze gooien hun schriften op de grond, verscheuren hun werkblad, smijten een stoel door de klas, of geven iemand een schop of een klap. Het zijn kinderen die te snel boos worden en die voor je het weet een hoop onrust in de klas bezorgen.

Vaak zijn we druk met deze leerlingen en staan we niet stil bij de sociale gevolgen van woede. De sociale gevolgen van woede is nl. een angstige omgeving. Wanneer iemand in je omgeving jou (of een ander) met woede bedreigt, iets kapot gooit of een klap geeft, zal bij iedere volgende woede uitbarsting de ander de dreiging voelen. Ook als degene helemaal niet van plan is jou iets aan te doen.

Goed Kwaad

Toen ik hierover las in het boekje ‘Goed Kwaad’ van Steven Pont herkende ik dit fenomeen in mezelf. Ik kan me herinneren dat mijn vader af en toe heftig uit de hoek kon komen. Niet vaak maar heel af en toe. En als dat gebeurde voelde ik mijn hart als een razende tekeer gaan. Ik werd bang. En dat gevoel komt altijd als eerste naar boven als in mijn omgeving iemand geïrriteerd raakt op iets of iemand zonder dat ik daar onderdeel van ben. Dan houd ik mijn adem in en mijn hartslag vliegt omhoog.

Een kind dat in een klas heftig gedrag laat zien maakt andere kinderen bang. Ik heb dit in de praktijk ook al vaak terug gehoord. Ouders die jou als leerkracht vertellen dat hun kind bang is. Sommige kinderen zijn bang voor bepaalde kinderen zonder dat er in werkelijkheid sprake is geweest van een aanvaring. De zin: ‘het feit dat je zelden ‘echt boos’ bent wil niet zeggen dat de ander zelden echt angstig is’, herkende ik in mezelf en in de verhalen van deze ouders.

‘Wie eenmaal gebeten is door een slag, wordt al bang voor een touwtje’

Woede en het brein

Steven Pont legt in zijn boekje helder uit hoe boosheid werkt in de hersenen. We hebben drie hersenschorsen:

  1. De hersenstam; dit is het oudste gedeelte (zo’n 500.000.000 jaar oud) in onze hersenen. Ook wel het reptielenbrein genoemd. Het is er op gericht ons te beschermen tegen dreiging van buitenaf. En het vertelt os of we in gevaar zijn en of we beter kunnen vluchten of vechten. Het is het deel van onze hersenen waar onze instincten en reflexen zich bevinden. Dit hersendeel is voor een groot gedeelte verantwoordelijk voor de expressie van onze boosheid.
  2. Het limbisch systeem: in dit deel van onze hersenen (zo’n 200.000.000 jaar oud) vinden vooral onze emoties een plek. Hier bevindt zich de amygdala, het centrale schakelpunt van al onze emotionele belevingen. Hier voelen we onze boosheid.
  3. De neocortex: in dit deel van onze hersenen (zo’n 50.000 – 100.000 jaar oud) bevindt het vermogen om na te denken, te reflecteren en te analyseren. Hier huist het geweten en de taal die we daarvoor nodig hebben. De neocortex houdt zich vooral met de gedachtenvorming bezig. Hier weten we bijvoorbeeld dat roken slecht voor ons is, maar een ander deel van onze hersenen jagen we het genot na, en besluiten we om die sigaret toch op te steken.

 

Kortom: doen, voelen en denken.

Hoe werkt dat nu met kwaadheid?

Er is een onbewuste hersenimpuls, een signaal. De amygdala slaat alarm kwaad2en zorgt ervoor dat we in emotionele staat van paraatheid worden gebracht om de bedreiging het hoofd te bieden oftewel om te ‘vechten’ of te ‘vluchten’. Tussen de onbewuste impuls en de handeling zit volgens Pont 0,55 seconden. Tussen het bewustzijn over de handeling en de handeling zit 0,2 seconden. Dit betekent dat we 0,2 seconden de tijd hebben voordat het gedrag uitgevoerd wordt. Er is een keuze moment dat 0,2 seconden duurt waarin we kunnen beslissen die stoel door het lokaal te gooien, of gewoon te blijven zitten.

Sommige kinderen moeten leren hun boosheid in de tang te houden in plaats van andersom. Hoe kun je kinderen dit leren?kun je kinderen uitleggen. En wat kinderen te leren hebben is het signaal te leren herkennen dat er voor zorgt dat ze zich laten gaan in hun kwaadheid. Het stappenplan is dan:

  1. signalen leren herkennen
  2. gedrag uitstellen
  3. jezelf belonen

 

Goed Kwaad: Wacht, Onderzoek, Elimineer, Doe en Evalueer 

Hulpmiddel

Een mooi hulpmiddel voor kinderen zijn drie gekleurde kaartjes op hun tafel.

  • Rood betekent: ik ben kwaad,
  • Oranje betekent: ik voel spanning en
  • Groen betekent: ik voel me goed, ontspannen.

 

Door kinderen allereerst te leren omgaan met deze drie stadia, help je ze bewust te worden van hun gevoel. Door er regelmatig even naar te vragen help je de leerling hier bij stil te staan. Ook als een leerling in het rood is geraakt kun je met behulp van de kleuren het verhaal helder maken door te kijken hoe het proces van groen, naar oranje naar rood verlopen is.

In het gesprek met de leerling ga je op zoek naar dat wat spanning oproept. Je onderzoekt samen wat je zou kunnen doen om er voor te zorgen dat deze spanning afneemt. Ook bespreek je met de leerling wat hij zou kunnen doen als hij merkt dat de spanning toeneemt. Je verzamelt opties en laat de leerling de beste optie kiezen om de spanning weer te laten afnemen.

Hoe begeleid jij kinderen die te snel boos worden?

Heb jij een goede manier om kinderen te leren hun kwaadheid te reguleren? Deel het met ons in het commentaarveld hieronder!

p.s 24 november geef ik de training Klasse(n)Kracht: met RESPECT voor de Klas. Wil je leren het onderwaterprogramma van de groep te snappen  of ben je ambulant begeleider en wil je leren hoe je dit proces kunt begeleiden? Schrijf je dan hier in voor de training. Er zijn nog een paar plaatsen.

Met een verschillige groet,

Jelly