‘A belief is not merely an idea the mind possesses; it is an idea that possesses the mind.’ (Robert Oxton Bolt)

geloof-niet-alles-wat-je-denktToen ik 25, jaar geleden startte met het geven van trainingen , worstelde ik altijd met de overtuiging ‘Ik kan dit niet…niet echt’. ‘Ik ben geen goede trainer’. ‘Straks val ik door de mand’ etc. Elke keer als ik een training begon, was ik enthousiast. Maar na 3 bijeenkomsten begon het aan mij te knagen. Ik zag mensen met elkaar praten, ik zag iemand onderuitgezakt in zijn stoel zitten (Gebeurtenis) en ik dacht steevast: “die man of vrouw zit zich vast te vervelen. Wat ik sta te vertellen vindt hij/zij complete onzin”(Gedachte). Ik controleerde deze aanname niet. Ik deed aan IVEA = Invullen Voor Een Ander (toendertijd had ik wel van NIVEA gehoord, maar dat was dat smeersel in een blauw doosje. Dat het Niet Invullen Voor Een Ander kon betekenen wist ik (nog) niet).

Wat ik wel deed was ‘bewijsmateriaal’ verzamelen waardoor ik tegen mezelf kon zeggen “eigenlijk ben je een waardeloze trainer”. Ik had de rotsvaste overtuiging van mezelf dat ik dom (gaf me een Gevoel van waardeloosheid) was. Zo was het behalen van mijn doctoraal gebaseerd op geluk en het lage niveau van de opleiding en niet op mijn intelligentie. Er ging een wereld voor me open toen ik in aanraking kwam met de Rationeel Emotieve Training van Albert Ellis. Ik was zelfs kwaad dat ze me dat niet geleerd hadden op school. Daar had ik nl iets aan gehad voor de rest van mijn leven.

De 4 G’s

De 4 g’s staan voor Gebeurtenis, Gedachte, Gevoel, Gedrag. Er gebeurt iets, je hebt daar een gedachte over, dit bepaalt hoe je je voelt en hoe je gaat gedragen.

We zien dit ook terug bij kinderen. Een voorbeeld: een kind komt op het schoolplein en ziet een groepje kinderen naar hem kijken. Heb je een negatieve gedachte, dan denk je: zie je wel, iedereen kijkt naar mij omdat ze me stom vinden. Als je dit denkt, is je gevoel verdrietig en gedraag je stil en ingetogen of juist boos.
Heb je een positieve gedachte, dan denk je: oh, ze zien me, ze willen vast dat ik met hun meespeel. Als je dit denkt, is je gevoel vrolijk en blij en gedraag je je vol zelfvertrouwen en sterk.

Ik leerde om mijn aannames te checken. Onderuitgezakt zitten in een stoel kan veel betekenissen uitdrukken! Elkaar aankijken ook.

belemmerende-gedachten

 

Stimulerende en Belemmerende overtuigingen

Je hebt stimulerende en belemmerende overtuigingen.  Zo herinner ik me een gesprek met een professor over het behalen van de diagnostische aantekening (in het kader van mijn studie orthopedagogiek). Hij vond dat ik niet eerst boekje 4 kon lezen als ik boekje 1 nog niet uit had. Ik was het fundamenteel met hem oneens en trok vervolgens mijn eigen spoor. Meteen maar door voor mijn diagnostische registratie; boekje 7. Ik had dus ook nog een andere overtuiging. Als iemand vond dat ik iets niet kon, zou ik bewijzen dat ik dat wel kon.

Overtuigingen over jezelf zijn dus van grote invloed. Meestal hebben we dat niet zo in de gaten. Wat je denkt, gelooft en doet bepaalt je handelen.

Hoe zit dat bij jou? Welke overtuigingen over jezelf helpen je verder? Welke overtuigingen over jezelf belemmeren je?

Als je weet wat je gedachten zijn, weet je ook wat je er aan kunt veranderen. Als leerlingen probleemgedrag vertonen heb je het dan vooral over hoe problematisch deze leerling is, of ga je vooral op zoek naar informatie, ervaringen van collega’s hoe dit gedrag te begeleiden? Heb je de gedachte dat jij hier mee om kunt gaan of denk je dat je dat niet kan? Waar besteed jij meer tijd aan? Aan het probleem of aan de oplossing

O ja…en wat voor ons geldt, geldt ook voor kinderen. Kinderen hebben ook stimulerende en belemmerende gedachten. Sommige kinderen worden er dagelijks in bevestigd… 

Persoonlijk Meesterschap!

1. Neem je verantwoordelijkheid en wees bereid te veranderen. Wat je zegt ben je zelf. Is dit overwegend positief of betrap je jezelf erop dat je woorden gebruikt die niet opbouwend voor jezelf zijn? Of geef je liever de schuld aan anderen of aan je omgeving?

2. Focus op je Doelen en het Resultaat. Wat wil je bereiken met de groep? Vertaal dit naar activiteiten en zet dit om in Actie. Werkt het niet, verander van strategie.

3. Ontwikkel Doorzettingsvermogen. Laat het er niet bij zitten als het niet wordt wat je je er van voorgesteld had. Schakel je collega’s in, vraag hulp, volg nascholingsbijeenkomsten op de onderwerpen waar jij in wil groeien. Oefen, oefen, oefen.

Heb je zelf mooie voorbeelden hoe overtuigingen voor of tegen je werken? Laat het achter als reactie, dan kunnen andere leerkrachten en teams hier ook hun voordeel mee doen.

En verder: DEEL dit artikel met jouw netwerk, door op de Tweet, Like, Share of Google+ knoppen te klikken, zodat ook de mensen in jouw netwerk kennis kunnen maken met Klasse(n)Kracht.

Geniet van je vakantie (en voor Zuid…nog 1 weekje :))!

Met een verschillige groet,

Jelly