verkreukelde papier‘Ik heb er één… in mijn klas! Voortdurend op zoek naar de mogelijkheid om de vinger te leggen op wat ik of een ander fout doe. Soms openlijk als negatieve opmerking dwars door de klas heen, soms inderdaad in het stiekeme om de naïviteit van een leerling of ons schoolsysteem aan te tonen. En als we meer structuur opleggen om dit kind beter mee te laten doen, dan groot protest, omdat we de vrijheid inperken.

Ik kan die stiekeme dingen niet zo waarderen en de negatieve openheid pas als het in de veiligheid gebracht wordt. Dus, nee, ik ben er met deze nog niet uit. Ze kijkt scherp, dat is eigenlijk de kwaliteit. Aan mij om de feedback ‘uit te nodigen via veilige tips en tops’: ja, dan mag je je scherpe blik en je kritiek uiten, maar niet stiekem en niet als afbreker en negatieve impuls op de klas (en mij!). Uitdaging!…’  dit als reactie van G. op mijn blog van vorige week.

Een echte Foutenspeurder…deze leerling!  ‘…Voortdurend op zoek naar de mogelijkheid om de vinger te leggen op wat ik of een ander fout doet…’ De beschrijving van een Foutenspeurder is: ‘Ik ben heel gevoelig voor fouten en problemen. Ik merk ze snel op, ik vind geen rust voor ik de fouten heb rechtgezet en de problemen heb opgelost. Als iemand mij op een fout wijst, vind ik dat verschrikkelijk, zeker als dat publiekelijk gebeurt. Dan ga ik na of ik die fout wel gemaakt heb. Als dat zo is, zal ik dat wel toegeven maar zal ik er alles aan doen om het geen tweede keer te laten gebeuren. Iets is voor mij pas af als ik het gevoel heb dat het foutloos is, ik ben een perfectionist.’ (bron: Luc de Wulf, Ik kies voor mijn Talent). Herken je dit?

Wat zou deze leerling nodig hebben om enerzijds haar talent te kunnen laten zien en anderzijds dat niet op een negatieve manier te doen? Ik zou allereerst haar bewust maken van haar talent en dat ze eigenlijk daardoor heel behulpzaam is in de dingen steeds beter te maken. Daarnaast zou ik ook met haar bespreken dat te veel van dit talent er ook voor zorgt dat anderen zich ongemakkelijk voelen. En dan vragen of dat ook haar bedoeling is. Als dit niet haar bedoeling is, zou ik met haar op zoek gaan naar voorbeelden waar het echt een bijdrage levert aan de groep, en waar dit niet zo is. En hoe ze haar talent zo zou kunnen inzetten zodat ze echt een positieve bijdrage kan gaan leveren. Misschien is er wel een maatje in haar klas die haar hierheen zou willen/kunnen helpen?

Je zou haar ook de ‘fouten’ kunnen laten opschrijven, en die dan nabespreken aan het eind van de dag en haar betrekken in de voorstellen om dingen beter te laten verlopen, maar soms ook om haar duidelijk te maken dat fouten maken ook de enige manier is om dingen te kunnen leren.

Misschien ook aardig om dit te koppelen aan de werkvorm: wat vind jij een fijne klasgenoot. Zou ze graag een fijne klasgenoot willen zijn of liever niet?

talentenmuurEen andere leuke werkvorm is om samen met alle kinderen op zoek te gaan naar elkaars talenten en dit om te toveren in een talentenmuur. Hier kun je allerlei gesprekken over voeren. Er zullen vast meer kinderen zijn die een talent hebben, en daar soms in doorschieten.

Wat vooral belangrijk is dat jij haar talent erkent, hoe lastig dit soms ook zal zijn. Dit kun je doen door haar een complement te geven voor haar inbreng, haar intentie, maar haar ook de vraag te stellen of ze dit ook op een vriendelijke of behulpzame manier kan inbrengen. Dat helpt haar om het onderscheid te maken tussen enerzijds haar inbreng en de manier (het effect) waarop ze haar inbreng doet.

  1. Intentie
    Elk gedrag heeft een positieve intentie. Ons gedrag ontstaat uit een positieve bedoeling, in wezen wil elk mens het beste voor zichzelf en de ander.
  2. Gedrag
    Gedrag is het enige waarop we feedback kunnen geven, omdat het zintuiglijk waarneembaar is. Intentie en gedrag mogen we echter niet door elkaar halen. Dan zouden we met een positieve intentie ons gedrag kunnen goedpraten of gladstrijken.
  3. Effect
    Elk gedrag heeft naast een intentie ook een effect op anderen.
    Intentie en gedrag zijn niet gelijk aan elkaar. Ik kan last hebben van het gedrag van anderen of het gedrag van iemand kan ook nadelig voor die persoon zelf zijn.

Door intentie, gedrag en effect uit elkaar te halen kun je haar hier ook feedback op geven. Ga uit van de aanwezigheid van een positieve intentie, benoem concreet waarneembaar gedrag en geef aan wat het effect van dit gedrag is.

Volgens mij kun je je nakijkwerk prima aan deze leerling overlaten!! :).in-de-hoek-copy

Mijn lief, werkzaam binnen de forensische psychiatrie, adviseert ouderwetsch tuchtigen…Maar ja, hij had dan ook beter een vak kunnen leren… 🙂

Veel succes!

Met een verschillige groet,

Jelly