Op mijn blog ‘Ik heb er één’ van vorige week schreef  Carla het volgende: ‘Zo af en toe zit er eens ‘een extreme’ tussen. Zo ook degene die ik direct in herinnering krijg, een jongen in groep 8 in dit geval. Hij had er plezier in om iemand (liefst de juf) op fouten te wijzen. De manier waarop dat ging was voor niemand plezierig. In eerste instantie bedankte ik hem steeds voor zijn oplettendheid tot het me toch begon te irriteren. We hebben er met de hele groep een mooi gesprek over gehad. “Als je geen fouten meer maakt, leer je niet”, zei één van de kinderen. Daarover zijn we verder gaan praten en van het één kwam het ander. Uiteindelijk kwamen we er achter dat de “op-fouten-wijzende-jongen” zelf een groot probleem had: faalangst! Zijn angst projecteerde hij op anderen, het liefst op volwassenen. Zijn faalangst oplossen is niet gelukt, maar hij leerde er wel mee omgaan door er over te praten…’

Laat je niet gijzelen!

Dit voorbeeld en die van de weken daarvoor kwamen voor mij in een nieuw daglicht te staan toen ik begon te aangeleerde-hulpeloosheid2lezen in een boek van George Kohlrieser, ‘Laat je niet gijzelen’. (Een aanrader!) George Kohlrieser is psycholoog, gijzelingsonderhandelaar, hoogleraar leiderschap en organisatiegedrag. Bij gijzelen denk je waarschijnlijk als eerste aan gijzelingsdrama’s. Deze haalt hij ook als voorbeelden aan. Maar hij gaat nog een stap verder. Hij gaat ook in op ‘psychologisch gijzelen’; het je slachtoffer voelen van bijvoorbeeld je leidinggevende, je collega’s, leerlingen, familie, het weer of bepaalde gebeurtenissen.

Stel je wordt door een automobilist afgesneden, of je krijgt kritiek van een collega, of een collega reageert niet op een begroeting van jou. Hoe beïnvloedt jou dit op het vervolg van je dag? Kunnen leerlingen je ook gijzelen? Wat moeten ze doen om jou te gijzelen? Wanneer heb je gevoelens van machteloosheid of hulpeloosheid?

Laat je niet gijzelen?

Stel ik geef een training en ik zie een deelnemer er ongeïnteresseerd bij zitten. Ik interpreteer dit gedrag negatief en denk dat ik niet inspirerend genoeg ben. Voordat ik het weet kan ik een negatieve spiraal in werking zetten met allerlei negatieve interpretaties van de werkelijkheid. De bekende innerlijke dialoog. Op dat moment zet ik mezelf gevangen en voel ik me eigenlijk helemaal niet meer vrij in mijn doen en laten. Ik heb last van mijn interne criticus. Op zo’n moment heb ik mezelf ‘gegijzeld’ met negatieve gedachten.

Iemand die niet het gevoel heeft enige invloed te kunnen uitoefenen op personen, dingen en gebeurtenissen, oftewel zich ‘gegijzeld’ voelt, heeft goede kans op wat Seligman ‘aangeleerde hulpeloosheid’ noemt.

Bij een onderzoek naar het verband tussen angst en leren, ontdekte Seligman bij toeval het volgende verschijnsel. Pavlov had in eerdere experimenten ontdekt dat als je honden te eten gaf, zij gingen experiment-seligmankwijlen. Daarna ontdekte hij dat als je het geven van voer combineerde met het laten rinkelen van een belletje, de honden al begonnen te kwijlen als ze het belletje hoorden (conditionering). De hond had geleerd het geluid van de bel te verbinden aan het eten.

Seligman koppelde het geluid van een belletje niet aan voer, maar aan een onschadelijk schokje, terwijl de hond vastgebonden zat in een soort harnas. De aanname was dat de hond de associatie tussen bel en schokje zou aanleren en angst zou voelen bij het horen van de bel en dat hij dan vervolgens een vermijdingsstrategie zou laten zien. Bijvoorbeeld door weg te rennen. Seligman plaatste de geconditioneerde hond in een kooi met twee compartimenten, afgescheiden door een laag hekje. Toen de bel klingelde, constateerde Seligman dat de hond geen actie ondernam. Seligman besloot de hond nog een schokje te geven, maar de hond ondernam wederom geen enkele actie. Hij bleef in de kooi liggen.

Vervolgens zette Seligman een ongeconditioneerde hond in de kooi. Toen deze hond een schokje kreeg sprong hij direct naar de andere kant. De geconditioneerde hond had geleerd dat verzet nutteloos was. En gedroeg zich daarna hulpeloos in omstandigheden waarin het dier wel aan de schok kon ontsnappen. Zelfs toen de omstandigheden het toelieten, ondernam de hond geen enkele poging om weg te komen te komen. Hij had geleerd hulpeloos en passief te zijn. Hij was een gijzelaar geworden…

Machteloosheid

aangeleerde-hulpeloosheidIk denk dat we met elkaar veel voorbeelden kunnen vinden waarbij we ons laten gijzelen of ons gegijzeld voelen door het gedrag van leerlingen of van ouders (ook van collega’s etc). In het begeleiden van leerkrachten met een ‘moeilijke’ groep weet ik dat dit hand in hand gaat met gevoelens van machteloosheid en hulpeloosheid. Dit geldt ook voor leerlingen met gedragsproblemen (vooral de acting out problematiek). Doordat een situatie zich herhaaldelijk voordoet en ondanks enorm veel inspanningen niet verandert, ontstaat er een gevoel van hulpeloosheid, net als in het experiment met de geconditioneerde hond. Door een perspectief te bieden hoe hier mee om te gaan, doorbreek je deze cirkel.

Carla liet zich niet ‘gijzelen’ door het gedrag van deze leerling. Ze ging de dialoog aan met de groep om een gemeenschappelijke agenda te ontdekken. Door het scheppen van een klimaat van vertrouwen werd bovendien duidelijk dat de leerling gedrag voor zijn gevoelens van onzekerheid had geplaatst. Een mooi voorbeeld van Persoonlijk Meesterschap.

Ik ga snel verder met lezen. Wordt vervolgd. En herken je deze gevoelens van ‘gegijzeld’ worden door bepaald gedrag van kinderen. Deel het met ons in het commentaarveld hieronder.

Fijne week!

Met een verschillige groet,

Jelly