Afgelopen week hoorde ik voor de tweede keer dit jaar een verhaal waarvan je denkt “dit kan
toch niet echt waar zijn…op de basisschool????”

Het betreft sabotage in een groep 6 en een groep 7. In de ene casus is er sprake van een leerkracht die de groep goed kent en in de andere casus betreft het een leerkracht die voor twee dagen in de groep is ingestroomd. Ik ga hier niet alle details weergeven, maar wil wel dit thema graag belichten.  Het komt er op neer dat één of meerdere leerlingen ergens met elkaar afspreekt dat ze de leerkracht niet leuk/aardig of goed genoeg vinden en besluiten haar weg te gaan pesten.

Als de leerkracht A zegt, zegt deze leerling B en als de leerkracht B zegt, zegt de leerling A. Ik heb zelfs voorbeelden gehoord van kinderen die onderling met elkaar afspraken om op een bepaald tijdstip met een hele groep op te staan en naar de WC te lopen of een polonaise in de groep te houden…

In beide gevallen is er een informele leider die ergens een besluit neemt, en ik weet niet of dat een zelfstandige beslissing van één leerling die andere leerlingen mobiliseert om hier aan mee te doen of dat dit voortkomt uit onderling gemopper en dat iemand oppert ‘zullen we haar wegpesten’ en vervolgens dit onder invloed van het groepsproces zich verder ontwikkelt. Dat er in beide gevallen sprake is geweest van onderliggende frustratie is duidelijk. De manier waarop de leerlingen er mee omgaan is van geen kanten goed te praten.

Ik maak even een uitstapje naar Deep Democracy van Jitse Kramer. In een situatie waarin mensen conflicten vermijden, en oprecht luisteren naar elkaar niet of nauwelijks gebeurd raken mensen (hier kinderen) ontevreden. Omdat dit niet bespreekbaar is gaat dit onder water. “…onuitgesproken zaken noemen we vissen die in het water van de groep zwemmen. Kleine visjes zijn kleine meningen die je met een goede vraag boven water kunt halen. Wanneer deze vissen niet gevangen worden als ze nog klein zijn, zullen ze uitgroeien tot haaien. En haaien zijn spannen want die kunnen zorgen voor gevaarlijke stromingen..” (uit Jitske Kramer, Deep Democracy blz. 39).

Kramer hanteer in haar boek de sabotage lijn. Dit is een diagnose instrument om te bepalen hoe goed een groep omgaat met de dynamiek van verschillen. Deze lijn loopt van lichte vormen van sabotage naar zware vormen: grapjes, sarcastische grapjes, smoesjes, roddel, slechte/gestopte communicatie, opzettelijk tegenwerken, vertragen, staken en oorlog/vertrek/terugtrekken. Al het gedrag op een sabotagelijn zijn gefrustreerde pogingen om aan te geven dat hij of zij een andere mening is toegedaan dan de heersende.

sabotage

 

Als je naar de lijn kijkt dan is bij beide groepen sprake van opzettelijk tegenwerken en staken. Gedrag dat behoorlijk rechts te vinden op de sabotagelijn. Je mag veronderstellen dat eerdere signalen  van de groep niet zijn opgepakt.

Wat me ook in beide casussen is opgevallen, is dat er te lang gewacht is met het serieus oppakken van de signalen. Opzettelijk tegenwerken is gedrag dat snel opgemerkt moet worden en bespreekbaar gemaakt moet worden. Je moet het oppakken, anders gaat het een kant op waar uiteindelijk alleen maar slachtoffers gemaakt worden. Ik denk dat ik snap waarom een leerkracht hier niet over praat. Waarschijnlijk voelen zij dit als persoonlijk falen. En misschien is er ook wel een soort ongeloof: dit gaat mijn niet gebeuren…Maar om te voorkomen dat je via de achterdeur het pand verlaat is het zaak om dit met elkaar te bespreken. Dus ook omringende collega’s die dergelijke signalen oppakken moeten dit oppakken. Een klas is niet de verantwoordelijkheid van 1 persoon. Als team ben je verantwoordelijk voor alle leerlingen. Bovendien ben je als leerkracht onderdeel van een systeem. En soms zit je er zelf te lang in en zie je het ook niet meer. Vooral als je zelf al een tijdje in de overlevingsstand staat.

Wat te doen als je dit in je klas (of bij een collega signaleert)?

  1. Kaart het gedrag aan bij een collega of de intern begeleider. Bespreek het in de bouw. Betrek de directeur hier ook bij.
  2. Voer gesprekken met alle leerlingen (door de intern begeleider) om te achterhalen wat er speelt in de klas, wat ervaren de leerlingen? Wat is  de behoefte van de groep en wordt nu onvoldoende gezien en wat is de wens van de groep en hoe kunnen zowel de leerkracht als de leerlingen hierin helpen?
  3. Organiseer een ouderavond waarin het probleem aangekaart wordt en waarin ook ouders uitgenodigd worden om hun verhaal te doen. Wat ervaren zij als probleem en wat zouden zij graag willen.
  4. Ga op basis van de gesprekken met elkaar om de tafel. Maak een analyse van het probleem. Wat is er aan de hand? Hoe heeft dit zo ver kunnen komen? Welke signalen hebben we niet opgemerkt?
  5. Maak een voorstel voor verandering. Betrek de leerlingen erbij.
  6. Bespreek ook met de leerlingen wat er nodig is in de groep om problemen aan te kaarten (denk bijvoorbeeld aan een brievenbus).
  7. Bespreek welk gedrag wel/niet acceptabel is en maak duidelijk wat de consequenties zijn bij bepaald gedrag.
  8. Start opnieuw met de groep en zorg dat zowel de leerkracht als de groep ondersteunt worden door bijvoorbeeld de intern begeleider. Neem alle partijen serieus.

 

Onderwaterprogramma’s zijn er altijd in een groep. De kunst is om ze op te merken en een vorm te vinden om ze met elkaar te bespreken. Zo kan een wekelijkse klassenvergadering een goed middel zijn om de vinger aan de pols te houden, maar ook een manier om met elkaar te bespreken wat er goed gaat in de groep en ook wat er eventueel beter of anders kan. Zet dit onderwerp op de agenda. Misschien zijn er ook binnen jouw team wel collega’s met sabotage gedrag in de klas. Ik wens je veel wijsheid.

 

Met een verschillige groet,

Jelly