Stel je bent leerkracht van een groep waarvan je na verloop van tijd merkt dat een aantal kinderen het op jou als persoon gemunt hebben. Of althans…zo lijkt het.

Afgelopen week belde een directeur mij op met een vraag over een bovenbouwgroep. Een combinatiegroep met twee leerkrachten. Bij de ene leerkracht begint het lekker te lopen, maar bij de andere leerkracht is er steeds gedoe. Nu blijkt dat deze leerkracht vorig jaar invaljuf is geweest in de toenmalige combinatie groep. Dat is niet helemaal soepel verlopen begreep ik uit het verhaal. Met deze herinnering en ervaring in het hoofd en lijf zijn er een paar kinderen die het ‘besluit’ genomen hebben om onaardig tegen de juf te gaan doen. Ze luisteren, niet, doen niet wat er gevraagd wordt.  Kortom er is sprake van sabotage.

Sabotage

Hoe ziet de sabotage eruit? Er worden grapjes gemaakt, er wordt onderling geroddeld, er wordt tegengewerkt en er is sprake van vertraging. Wat hier in ieder geval aan de hand is, is dat nog niet alle gevoelens, meningen benoemd zijn die er nog leven op basis van de ervaringen van het voorgaande jaar.

sabotagelijn

Dit soort meningen en gevoelens gaan dan onderwater. Er is spanning in de groep en deze spanning wordt in dit geval geprojecteerd op de leerkracht. Je zou kunnen constateren dat hier rollen actief zijn die niet worden uitgesproken maar die geprojecteerd worden op een ander. Hierdoor verdwijnt het ongewenste gevoel tijdelijk bij de leerlingen die dit doen.

De vraag die bij mij opkomt ‘is wat is de spanning die er leeft in de groep, die nu geprojecteerd wordt op de leerkracht? Welke vooroordelen, jaloezie, hoop, pijn of woede leeft er in het groepsonbewuste? Wat leeft er onder de waterspiegel, die wel merkbaar en voelbaar is maar nog niet openlijk kan worden uitgesproken’.

Wat kun je doen?

Je kunt een groepsgesprek voeren met de hele klas. Je bedenkt een of twee vragen. Je begint zelf met het beantwoorden van de vraag. Spreek een paar spelregels af.

  1. Je reageert niet op elkaar.
  2. Ieder krijgt de ruimte om zijn verhaal te doen.
  3. Als iemand klaar is en jij wilt de beurt dan begin je jouw verhaal te vertellen. Dit heet de Popcorn Style.
  4. Als alle kinderen geweest zijn, vat je samen wat er gezegd is in algemene bewoordingen: er is…in de groep en er is…. etc en je probeert daarbij de verschillende elementen te benoemen die je gehoord hebt. Als je klaar bent check je ook nog even bij de kinderen of je nog iets belangrijks vergeten bent.

Nu weet je wat er leeft in de groep. En alles wat gezegd is, is nu onderdeel van het groepsbewustzijn.

Bijvoorbeeld ‘wat vind jij van de sfeer van de groep’ of als je een missie hebt gemaakt ‘ hoe zorgen we ervoor dat we het goed hebben met elkaar?’ Elke vraag die betrekking heeft op de sfeer in de groep of hoe er met elkaar omgegaan wordt is goed. Je begint vervolgens zelf te vertellen hoe jij de sfeer ervaart. Je vertelt wat je prettig vindt, maar ook waar je je nog zorgen over maakt. In dit geval zou je kunnen zeggen dat je enorm geniet van de momenten dat ze als groep een hecht team zijn…en je noemt er een voorbeeld bij…en dat je tegelijkertijd merkt dat je het lastig vindt dat je nog niet voor alle kinderen die fijne leerkracht bent die je graag voor ze zou willen zijn. En dat je dat ook een beetje verdrietig maakt.

Hierna laat je het stil vallen…

Belangrijk is je kwetsbaar op te stellen met je eigen gevoel. Dus pas op dat je niet ongemerkt iets negatiefs zegt over bepaalde kinderen…dan zit je al in het oordeel. Probeer echt jouw gevoel zowel in het positieve als in het negatieve kenbaar te maken.

Als je weet wat er leeft in de groep kun je vragen stellen. Wie weet wat er boven tafel komt. Als er dingen genoemd wordt, neem de tijd om de vraag te verbreden. Wie herkent wat x zegt? En wie ervaart het anders?

In kleine groepjes kan ook

Een andere, wat veiligere vorm, zijn gesprekken in kleinere groepen. Max 4 kinderen. En ook hier stel je een aantal vragen. Dit kan ook heel goed door de intern begeleider gedaan worden omdat zij niet in het systeem zit. Het groepsgesprek start dan met de terugkoppeling van de kleine gesprekjes. In het boek Klasse(n)Kracht: met RESPECT voor de klas! zijn voorbeeldvragen terug te vinden die je zou kunnen stellen.

De kunst van deze gesprekken zit vooral in het oprecht nieuwsgierig zijn naar wat er leeft. En niet geloven dat kinderen er werkelijk op uit zijn om jou weg te pesten. Maar dat het een uiting is van iets wat nog niet in het bewustzijn zit van de groep, dat nog gevangen zit in het onderwaterprogramma.

En ook zonder gedoe is het mooi om na de herfstvakantie dit gesprek te voeren met de klas. Wat leeft er zoal?

Ben je nieuwsgierig en wil je meer? Kijk dan eens bij de training ‘Hoe hoor ik Erbij’, waar we stil staan bij dit soort vraagstukken,  over het onderwaterprogramma van de groep, over jezelf zijn en je aanpassen aan de groep en over rollen in de groep.

Fijne herfstvakantie! Geniet van de mooie herfst.

Met een verschillige groep,

Jelly.