“Binnen onze innovatie hebben de kinderen geen vaste plek meer. Ze pakken als ze ‘s ochtends binnenkomen hun werkbak en zoeken een plekje om te gaan zitten. Eigenlijk houd ik veel meer van structuur, maar ja……soms moet je dingen gewoon uitproberen. Mijn duo en ik hebben dit nu 4 weken gedaan, maar wij vragen ons af of we slim bezig zijn. Uit het sociogram blijkt dat er 1 meisje echt verstoten wordt door de groep.

Hoe is het voor haar om elke ochtend te zien dat haar plekje het langste leeg blijft? Heb jij hier een mening of advies over? Ik ben erg benieuwd. Ik heb tegen onze directeur verteld dat ik geen flexibele plekken wil, maar hij is het oneens met mij”.

Een prachtige vraag die ik vanmorgen heb ontvangen en waarmee ik onmiddellijk mee aan de slag kon voor mijn blog :).

 

Geschreven en Ongeschreven regels

Bij de start van het jaar heb je met de groep gewerkt aan de groepsmissie. De centrale vraag is wat voor groep willen we zijn en hoe gaan we dan met elkaar om? De afspraken die daar uit voortkomen zijn vertaald in concreet waarneembaar gedrag. Misschien zit Iedereen hoort erbij wel in de groepsmissie. Misschien niet. In ieder geval heb je op basis van de missie een aantal ‘geschreven regels’. Maar in de omgang met elkaar gebeuren er ook andere dingen, dat noemen we meestal ‘de ongeschreven regels’. Ongeschreven regels reguleren het gedrag.  Ze ontstaan in de omgang met elkaar. Je doet iets en je kijkt wat de reacties van anderen zijn. Wordt het positief ontvangen dan zul je het vaker doen, wordt het afgewezen dan dooft dit gedrag weer uit. We noemen dit de wet van het effect. Zo is ‘de lieve vrede bewaren’ een ongeschreven regel.

 

Zichtbaar maken

De eerste stap is zichtbaar maken wat je waarneemt. Je waarneming in het bewustzijn brengen van de hele groep. Je kan in dit geval starten met de vraag hoe de klas het ervaart om niet een vast plek te hebben en de antwoorden steeds te verspreiden.

Dus als iemand iets zegt, stel je de vraag: wie herkent dit?
En dan: en voor wie is het anders? En wie herkent dat?
Je blijft vragen stellen. Als je het gevoel hebt dat alles er over gezegd is vat je samen wat je gehoord hebt. Dat zal iets worden dus aan de de ene kant….en aan de andere kant ook….
Stel dat er nog niets gezegd is over altijd alleen overblijven of als laatste een maatje hebben. Vraag dan of iemand ook iets is opgevallen. Als ze er niet mee komen vertel jij wat je ziet. Je hoeft geen namen te noemen. En ook dan de vraag stellen. Wie herkent dit etc. Hoe zou jij je voelen als…. Hoe willen we hier mee omgaan ?
Groepsmissie
Het verlangen van de groep is dus eigenlijk je norm. Hierin heb je samen met je klas bepaald wat goed is en wat niet. Een soort meetlat voor gedrag. Het is daarom ook de kunst dat als je iets ziet wat er niet in past dit neutraal in de groep te brengen. Op het moment dat je eigen oordeel te sterk aanwezig is, zal de klas zich niet eigenaar gaan voelen van de situatie. Hanteer de 1x is toeval, 2x is opgelet en 3x is patroon. Als je een patroon waarneemt is het goed om het terug te koppelen.
Ik moet denken aan een gesprek met een klas over het sociogram. We hadden een getekend sociogram zonder de namen besproken met de klas. In het sociogram hadden twee leerlingen een buitengesloten positie. Er waren verschillende reacties. In onze klas hoort iedereen erbij, we zijn allemaal vrienden van elkaar. Maar ook: ik zou wel willen weten wie dat is, want dan kan ik af en toe met degene gaan spelen.
De Onderstroom
Regie voeren op de Onderstroom is groepsvorming 2.0. Hier gaat het over regie voeren op de emoties die er leven, welke opvattingen er leven, hoe iemand naar zichzelf kijkt, hoe een klas naar zichzelf kijkt, hoe de klas kijkt naar de onderlinge verhoudingen. Wat gebeurt er volgens jou in de onderstroom van jouw groep? Welke patronen zie jij? Welk gedrag zie jij bij kinderen in hoe ze onderling met elkaar omgaan en met elkaar communiceren?
Volgens mij valt er in de maand december genoeg te zien.
Ik wens je een heerlijke tijd.
met een verschillige groet,
Jelly