“Mama, ik wil graag een vriendin, maar ik weet niet hoe dat moet”. Een moeder vertelt me dat haar dochter het liefst een BFF wil. Dan kan ze namelijk ook een kettinkje kopen waarvan ze dan de helft aan haar vriendinnetje kan geven!
 De moeder ging hierover met haar dochter in gesprek en stelde voor tips te vragen aan de juf. Het meisje dacht hierover na en zei: “maar dat kan ook betekenen dat ik iets moet doen wat ik misschien niet leuk vind…” Ze sloeg daarmee de spijker op zijn kop.

En ik dacht wat een mooie vraag en wat een mooi advies van de moeder. Maar ik vroeg me ook meteen af: “Wat kan een leerkracht doen en welke tips zou een leerkracht aan haar kunnen geven?”

Vriendschappen zijn voor kinderen belangrijk. Dat hoeven geen hordes vriendjes of vriendinnetjes te zijn. Eén of twee kan al voldoende zijn. Zonder vrienden heeft een kind niemand om mee te spelen. Voelt een kind zich alleen en kan het zich onzeker gaan voelen. Ook kan het er toe leiden dat een kind school en andere activiteiten gaat vermijden.

Wat kunnen redenen zijn dat kinderen geen vriendje of vriendinnetje hebben?

Sommige kinderen zijn van nature rustig en vinden het lastig om zomaar een gesprek te beginnen. Ze trekken zich terug als anderen hen benaderen. We noemen ze soms Verlegen.
 Andere kinderen gaan ruw om met leeftijdgenoten. Ze vechten gemakkelijk en gaan de confrontatie niet uit de weg.
 Er zijn ook kinderen die onvoldoende beschikken over sociale vaardigheden. Die snappen de sociale codes niet. 
En er zijn kinderen die op zichzelf gericht zijn. Ze spelen het liefst hun eigen spel, doen het liefst hun eigen ‘ding’ en willen het liefst uitgenodigd worden in plaats van dat ze zelf uitnodigen.

Wat kun je als leerkracht doen?

Allereerst natuurlijk de vraag stellen. Hoe komt het dat deze leerling geen vrienden heeft in de groep. Is het kind Verlegen? Gaat het te Hardhandig om met andere kinderen? Is het te Bepalend? Of juist te veel op Zichzelfgericht? Observeer het kind in verschillende situaties, maak een analyse en ga op basis van je bevindingen het gesprek aan. Geef leerlingen tips. En verder kun je:

  • Een praatje maken, iets vragen is het begin van vrienden maken Help kinderen door ze te stimuleren contacten te leggen en te onderhouden. Sommige kinderen weten niet hoe ze dit moeten doen. Oefen het met ze. Speel een rollenspel. Leer ze bijvoorbeeld open vragen te stellen.

 

  • Wat is een fijne vriend? (verander klasgenoot in vriend en je hebt een leuke werkvorm. (werkvorm klik hier)

 

  • Met wie wil je vrienden zijn? 
Als je weet dat een kind graag een vriendje wil, kun je samen met de leerling de klas in 3 groepen verdelen. Degene waarmee je vrienden wilt zijn, maar die dat niet met jou willen; degenen waarmee je geen vrienden wilt zijn als zou die ander dat wel willen; en degenen waarmee je vrienden wilt zijn en die dat ook met jouw willen. Kies 2 of 3 leerlingen uit van die derde groep en laat ze verschillende activiteiten samen doen. Je zou al kunnen beginnen met deze leerlingen samen in een groep te plaatsen.

 

  • Wat hoort bij jou? 
Maak een kopieerblad met plaatjes. Opdracht is kleur de plaatjes die bij jou passen of zet er een kruisje bij.
Variant 2: uit tijdschriften plaatjes laten knippen die bij jou passen en die kunnen ook weer bij de tekening geplakt worden
Variant 3: foto’s meenemen van thuis van vader, moeder, broertjes, zusjes, belangrijke knuffels, huisdieren, van dingen waar je graag mee speelt etc.

 

  • Dit ben ik: 
Op een plattegrond van de klas wordt met kleur aangegeven welke hobby’s de leerlingen hebben. Bijvoorbeeld de tafeltjes van Peter, Rachid en Jelle worden groen gekleurd omdat zij alle drie op scouting zitten. Met een groene kleur worden zij met elkaar verbonden. De scouts mogen over hun club vertellen etc. Het is een sociogrammethode die de klas op verschillende manieren voor de leerlingen in kaart brengen.

 

  • Wie is het? 
Als spelleider neem je 1 persoon uit de klas in gedachten. Iedereen uit de klas gaat staan.
Om de beurt stelt iemand uit de klas een vraag aan de spelleider om er achter te komen wie de spelleider in gedachten heeft. Bijvoorbeeld: Heeft hij/zij een bril? Antwoord: Nee, dan mag iedereen met een bril gaan zitten. Antwoord: Ja. Dan mag iedereen zonder bril gaan zitten. Vervolgens komt de volgende vraag. Hoeveel vragen heeft de klas nodig om achter de persoon te komen die de spelleider in gedachten heeft.
 Differentiatie: Laat een leerling voor in de klas staan en iemand in gedachten houden.

 

  • Help de leerling sociaal vaardig te worden.

 

Heb jij mooie ervaringen of ideeën? Geef een Reactie of deel ze in het commentaar vak hieronder!

 

Zorg dat Jij  het Verschil bent!

   Jelly

P.S. Vind jij het belangrijk dat alle kinderen het fijn hebben in de klas? Dat ze het gevoel hebben onderdeel te zijn van de groep? Dat ze erbij horen? En wil jij daar meer invloed op kunnen uitoefenen, meer regie op voeren? Klik dan hier .